Verdwaald

Op een avond zit Oompje voor zijn huis. In de verte zakt de zon naar beneden. 'Wat hou ik toch van de zon', zegt Oompje in zichzelf. 'Het is zo'n mooie gele bol. En hij straalt zo lekker warm.'
Oompje voelt zich blij. Hij straalt zelf ook een beetje.

De zon zakt verder naar beneden. 'Hé, waar gaat hij naartoe?' Oompje tuurt bezorgd in de verte. 'Stel je voor dat hij verdwaalt. Dat hij de weg terug niet weet. Dat zou me wat zijn!'

Oompje springt op en rent naar de zon. 'Wacht even!' Hij holt zo hard als hij kan, maar de zon is sneller. Hij zakt de grond in, voordat Oompje bij hem is.

'O nee', roept Oompje. 'De zon is weg!' En wat een pech, nu wordt het óók nog donker. Hoe moet de zon de weg terug nu vinden?
'Ik moet hem helpen', zegt Oompje. 'Anders gaat het vast fout.'

'Zòòòn, waar zit je?' Oompje zoekt overal. 'Zonnetje!' Hij speurt de grond af. Hij kijkt onder de stenen. Hij tuurt diep in de donkere rivier. Maar de zon vindt hij niet. Geen straaltje.
Het donker wordt steeds donkerder. 'Ik ga naar huis', zegt Oompje. 'Ik zie niks. Morgen zoek ik verder.'

Naar huis, maar welke kant is dat op? Deze? Oompje struikelt over een steen. Of die? Hij stapt in een plas en botst tegen een boom. 'Auw! Oeh! Aah!' roept hij. 'Hellep! Waar ben ik?' Voorzichtig loopt hij verder, zijn handen voor zich uitgestrekt. Sjomp-sjomp, zijn voeten zijn kledder. Zijn knie bonkt als een hamer. Uit zijn hoofd steekt een bult.
'Even uitrusten.' Hijgend gaat Oompje zitten. 'Ik wacht hier, tot het donker weg...'
Voordat zijn zin af is, is hij al in slaap gevallen.

Oompje wordt wakker en kijkt om zich heen. Vlak voor hem ligt een heuvel. Met een huis erbovenop. Maar... het is zijn éígen huis! En kijk nou 'ns, daar hoog aan de hemel staat de zon vrolijk naar beneden te schijnen! 'Hé zon, daar ben je weer!' roept Oompje, en springt op.

Oompje rent de heuvel op en gaat voor zijn huis zitten. 'Ik ben blij dat je de weg tóch terug gevonden hebt', zegt hij tegen de zon. 'Je bent zo'n mooie bol, ik zou niet graag zonder je zijn.'
De zon zegt niets. Hij streelt Oompjes gezicht.

(terug)