Een hommel uit Zaltbommel
een luie hommel uit Zaltbommel
had zijn hele huis vol rommel
honderd potten klaverhoning
stonden kriskras door de woning
stuifmeelstof en vuile was
een zwart-met-gele winterjas
al die rommel lag verspreid
op het groene mostapijt
de hommel riep: maak je geen zorgen
gooi je rotzooi hier maar neer
het maakt niet uit want overmorgen
komen onze werksters weer
Glazenwasser (=langpootmug) zingt een lied
fiedeliede-lomlom fiedeliede-lom
weet je wat ik doe wanneer ik op visite kom?
dan was ik eerst je ruiten
van binnen en van buiten
en zing een liedje fiedeliede-lom
fiedeliede-lomlom fiedeliede-lom
Als mijn stoepje vies is dan maal ik daar niet om
Ik hoef me niet te schamen
want ik heb schone ramen
dus zing ik vrolijk fiedeliede-lom
fiedeliede-lomlom fiedeliede-lom
ik was alle glazen en ik zeg je nu waarom:
er is niets ongewensters
dan viezigheid op vensters
fiedeliede-liedeliede-lom
Boele Billebaps
Boele Boele Billebaps
Kan een kunstje, kan een kunstje
Boele Boele Billebaps
Kan iets reuzeknaps
Boele blaast zijn billen vol
Als balonnen, als balonnen
Boele blaast zijn billen vol
Zomaar voor de lol
Boele vliegt dan snel omhoog
Naar de wolken, naar de wolken
Boele vliegt dan snel omhoog
Naar de regenboog
Boele bungelt in het rond
Bij de vogels, bij de vogels
Boele bungelt in het rond
Aan zijn bolle kont
Boele's billen zijn weer plat
Kijk daar valt hij, kijk daar valt hij
Boele's billen zijn weer plat
Daar valt hij op zijn gat
Het schapendekenbreisterlied
Ik brei dus dekens voor de schapen
Superzacht en reuzefijn
Ze kunnen 's nachts zo moeilijk slapen
Als ze net geschoren zijn
Dan liggen ze daar maar te rillen
En zeggen brrr in plaats van bèè
In hun blote schapenbillen
Mekkeren ze mè mè mè
Mè mè mè een dekentje een dekentje een
deken
Mè mè mè een dekentje, het liefst een beetje snel
We worden snotverkouden door die schapenscheerdersstreken
Ons schapenhuidje lijkt wel kippenvel
De meeste schapen zijn bescheiden
Maar soms roept er eentje uit:
'k Heb er liever één van zijde
Want die wol prikt aan mijn huid
Mè mè mè een dekentje een dekentje een
deken
Mè mè mè een dekentje, het liefst een heleboel
Ze hoeven echt niet mooi te zijn, ze hoeven niet gestreken
Het gaat ons om dat warme wolgevoel
Eén keer in de zoveel weken
Vraagt er één bedeesd aan mij:
Mag ik wel een tweeschaapsdeken?
Dan past ook de ram erbij
Mè mè mè een dekentje een dekentje een
deken
Mè mè mè een dekentje, toe geef ons er een paar
Een schaap heeft ook haar trots, o ja, we voelen ons bekeken
In ons blootje. In het openbaar!
(terug)