Uit 'Macbeth', een theaterproductie gespeeld door jongeren

Lady Macbeth
Ze heeft zojuist het bericht ontvangen dat haar man, die na een oorlog onderweg is naar huis, door drie heksen is voorspeld dat hij koning zal worden.
(Gebaseerd op de oorspronkelijke scène in verschillende vertalingen.)

Ja, wat beloofd is zul je wezen
'Heil, gij die weldra koning wordt'!
Aan eerzucht heb jij geen tekort
Maar ik, die in jouw ziel kan lezen
Weet waar het bij jou aan schort
Noodzakelijk is het in dezen
't Onheil noch 't verderf te vrezen
Waarin jij de mensheid stort
En ik, ik zal je tonen hoe

Dus vlieg naar mij vlieg naar mij vlieg naar mij toe

De menselijkheid is als een moeder
Jij drinkt té gretig van haar borst
Strem de melk! bestrijd de dorst!
Wreedheid maakt je weldoorvoeder
Schud af de ballast die je torst:
De angst als weke, laffe hoede
Dood! verpulver hem tot poeder
Maak ín, maak áf, maak wáár, mijn vorst
En ik, ik zal je tonen hoe

Dus vlieg naar mij vlieg naar mij vlieg naar mij toe
Vlieg naar mij vlieg naar mij toe

Opdat ik mijn geestkracht in jouw oor kan blazen
Opdat ik mijn tong door je ziel kan doen razen
Opdat ik vermorzelen kan wat je remt
Met woorden feller dan wapengekletter
Waarmee ik elk spoortje van twijfel verpletter
Opdat je zult zijn wat voor jou is bestemd

Dus vlieg naar mij vlieg naar mij vlieg naar mij toe
Vlieg naar mij vlieg naar mij toe


Macbeth
De dolkscène. Macbeth is onderweg om de koning, die als gast in zijn huis logeert, in zijn slaap te vermoorden.
Lied in 4 delen. (Gebaseerd op de oorspronkelijke scène in verschillende vertalingen.)

1.
Is het een dolk die ik voor me zie
Of is mijn brein aan het spinnen
Koortsachtig kolkend niet meer bij zinnen
Begoocheld door zwarte magie

Ik neem het heft in mijn hand - ik voel
Niets! - toch zie ik hem - glanzend
Vlijmscherp geslepen, draaiend en dansend
Wijst hij me recht naar mijn doel

En bloed! bloed, hij druipt van het bloed
Dat straks aan mijn handen zal kleven
Het plan heeft zichzelf een gedaante gegeven
En komt mij alvast tegemoet

2.
Het is de bloedige taak die mij wacht
een duistere macht die mijn ogen misleidt
demonen bevrijdt in dit uur van de nacht
dat hunkert en smacht en mijn zielsrust kastijdt

Dat hunkert en smacht naar de taak die mij wacht
al bijna volbracht is de gruw'lijke daad
van bloedig verraad door de hand die zijn kracht
ontleent aan het kwaad dat hij weldra begaat

3.
Het duister deed met steelse tred
Het daglicht uitgeleide
De zon verdween naar gene zijde
De natuur lijkt stilgezet

De schaduw van de nachtfantomen
Werpt een groezelige smet
De slapende wordt in zijn bed
Belaagd door boze dromen

Grauwe moord verlaat zijn kooi
Door wilskracht vrijgekomen
En hongerig, niet in te tomen
Sluipt hij naar zijn prooi

4.
Onwrikbare aarde, hoor niet naar mijn stap
Zodat de stenen zwijgen van de gang die ik gaan zal
Dit uur waarop de doodsklok zijn kille klepel slaan zal
En bloed zich mengt met aarde tot een vuile dorre drab

Stilte! bij dit uur past geen geluid
Hoe langer ik blijf dreigen blijft hij leven
Woorden blazen koude winden op het hete streven
Het vuur der vastberadenheid dooft uit


De poortwachter
Dit lied volgt op een gesprek tussen Macduff en de poortwachter.
(Lied is gebaseerd op de oorspronkelijke scène in verschillende vertalingen)

Macduff: 'Wat voor dingen kikkert de drank dan speciaal op?'
Poortwachter: 'Nou Heer, een rode neus, slaap en urine. Geiligheid, dat kikkert hij op en weer neer...'

De drank, mijn Heer, maakt klaar en brengt in vorm
Hij weet de hitsigheid hoog op te stuwen
Zweept op, zwelt aan tot daverende storm
Die hij vervolgens spoorslags weer laat luwen

De drank is als een glibbergladde worm
Of liever nog: een draak, een hele sluwe
Die in de lendenen zijn vuur komt spuwen
Maar dan bedwelmt als waar' het chloroform

De drank, mijn Heer, stijgt op van buik naar hoofd
Hij dient de wellust aan met veel tamtam
Maar weigert dan de dienst die was beloofd

De drank ontsteekt zijn ruige vuige vlam
Huichelachtig brengt hij wat hij rooft
Hij wekt de lust... en legt haar lam

(terug)