Hieronder kun je het begin van Rits lezen. Daarna komt er nog een stuk dat verderop in het boek staat.

maandag 4 juli
M'n ouders gaven me vorig jaar een schrijfboek met pen en een videocamera op mijn verjaardag. Dan kon ik nog kiezen wat ik wilde worden, schrijver of filmmaker.
'Maar als ik nou iets anders wil?' vroeg ik.
'Wat wil je dan?' vroeg mijn moeder.
'Ik weet niet,' zei ik. 'Misschien iets op een postkantoor.' Lijkt me leuk, achter een loket zitten en van alles doen.
'Nou, dan wens ik je veel plezier.' (Aan haar gezicht te zien geloof ik niet dat ze het meende.)
Ook zei ze een keer dat als ik later schrijver of filmmaker wilde worden, ik daar het beste nu al mee kon beginnen. Ze keek me bezorgd aan en vroeg of ik niet een té gelukkige jeugd had.
'Hoezo?' vroeg ik.
En nu komt het. Ze zei: 'Voor kunstenaars is het handig om een ongelukkige jeugd te hebben gehad.'
Ik snapte er niks van.
Mijn moeder lachte. 'Grapje,' zei ze.
Toen dacht ik er verder niet over na, maar nu… Zou dat het zijn? Zouden ze weg zijn gegaan om mij te helpen een ongelukkige jeugd te hebben? Nou, dat gaat wel lukken, als ik nog lang hier bij oom Corry moet blijven.

Waar de pen is gebleven weet ik niet. Het schrijfboek gebruik ik nu voor het eerst, maar met de videocamera heb ik het afgelopen jaar al drie keer iets gefilmd. Ik heb de opnames vanmorgen weer even bekeken en ze zijn niet slecht:
1) Poes van de buren poept in onze tuin. Ingezoomd naar hoopje.
2) Poes van de buren rent weg met kaas van mijn boterham.
3) Poes van de buren slaat hond van de buren (dit is de beste).
Achteraf gezien had ik misschien beter mijn ouders kunnen filmen.

Dat ik nu in dit schrijfboek schrijf is:
1) omdat oom Corry geen computer heeft,
2) omdat oom Corry helemaal níets leuks heeft,
3) omdat hier geen zak te doen is.
Ik kan natuurlijk gaan filmen, maar wát? Een film over oom Corry op de bank? Ik denk niet dat iemand daarnaar wil kijken. Ik in elk geval niet. Ik zou buiten kunnen filmen, maar ik vertrouw de buurt hier niet. Voor je het weet zijn ze er met je camera vandoor.

Vanmorgen besloot ik dat het genoeg was geweest. Twee dagen bijna aldoor op m'n 'kamer' gezeten ('t is meer een rommelhok met overal stapels oude tijdschriften; ik weet ondertussen alles van hengelen en hengelaars). De boterhammen met hagelslag en de goedkope cola komen me de neusgaten uit. Oom Corry had zich weer in zijn favoriete houding over de bank uitgespreid. Ik vroeg hem om een beetje geld, voor boodschappen.
'Ga maar werken,' zei hij, zonder op te kijken uit zijn 'Hengelen en hengelaars'.
Werken? Ik ben pas dertien! Dat zei ik, maar hij antwoordde dat hij al drie baantjes had toen hij zo oud was als ik. Ben benieuwd wat dat dan is geweest. Ik heb hem nog niets zien uitvoeren, al die dagen dat ik hier al ben.
'Ik moet groente en fruit eten,' zei ik.
'Waarvoor?' vroeg oom Corry.
'Voor de vitamines,' zei ik.
'Waarom?'
Waarom, tja, dat weet ik eigenlijk niet precies. Ik ga het opzoeken. Als hier in de buurt tenminste een bibliotheek te vinden is (weinig kans).

's avonds (na het eten) (blik witte bonen in tomatensaus)
Ik had nog geen twee stappen buiten gezet of…
'Hé!'
Er zat een meisje op de grote rode auto die hier voor de deur geparkeerd staat. Nou ja, meisjé.
Ik keek om me heen, maar ze had het blijkbaar tegen mij, want ze riep: 'Ja, jij daar. Met die rare jas. Kom 'ns hier.'
Rare jas?
Ik deed een stap in haar richting.
'Wat doe jij hier?'
'Ik eh… logeer bij… iemand.'
'Wat voor iemand?'
'Een oom.'
De auto schudde van haar lach. 'Die maffe Dirkzwager van nummer 286! Is dat jouw oom?'
Ik voelde mijn gezicht gloeien. Het is bepaald geen pretje om te moeten toegeven dat oom Corry je oom is.
'Waarom?' vroeg ze.
'Gewoon, hij is de broer van mijn moeder. Maar…'
'Nee, dumbo. Waarom logeer je daar?'
Nou ja, zeg. Had ik soms een vergunning nodig? Wat was dit voor een wicht? De (achter)buurtpolitie?
'Gewoon,' zei ik.
'Waar zijn je ouders dan?'
Ik bekeek het meisje eens goed. Ze was flink uit de kluiten gewassen, maar ze had een grappig gezicht. Rond. Een beetje als zo'n porseleinen pop. Eigenlijk paste haar gezicht niet bij de rest van haar lichaam.
'Nou?'
'Nou wat?'
'Waar zijn je ouders?'
'Gewoon. Ik ben op zoek naar een bibliotheek,' zei ik.
'Waarom?'
'Ik wil iets opzoeken.'
'Vraag maar aan mij. Ik weet alles. En als ik het niet weet, dan verzin ik het. Waar zijn je ouders?'
'Die zijn… ze zijn zoek.'
'Hoezo, zoek?'
'Nou, ze waren op overlevingstocht. In de binnenlanden van… Boeloe-Boeliestan, je weet wel. En opeens waren ze verdwenen.'
'De binnenlanden van Boeloe-Boeliestan? Waar ligt dat?'
'Ergens in Afrika. Of Azië, dat weet ik niet precies.'
'Ik geloof er niks van. Je verzint het. Ik mag jou wel.' Ze haalde een briefje van tien uit haar zak en wapperde ermee door de lucht. 'Mijn vader is morgen jarig. Wat zal ik voor hem kopen?'
'Eh… nou ja, ik weet niet waar je vader van…'
'Ik weet het al. Kom mee.'
Ze sprong van de auto en sleurde me mee naar een tabakszaak even verderop in de straat. 'Ik wil de beste sigaren die er zijn,' riep ze, nog voor we goed en wel binnen waren.
'Wij verkopen geen rookwaren aan personen onder de zestien jaar,' zei de man achter de kassa.
'Bent u wel helemaal lekker?' Met een klap legde ze het tientje op de toonbank. 'Zie ik eruit alsof ik die stinkdingen zelf ga oproken?'
De man leek even in verwarring. Hij kon natuurlijk moeilijk zeggen dat ze er inderdaad zo uitzag, dus hij zei: 'De beste sigaren kosten méér dan een tientje, jongedame. Veel meer. Vijf goede kun je ervoor krijgen, maar lang niet de beste.'
'Zijn ze dik?'
'Ze zijn zeker niet dun.'
'Zijn ze groot?'
'Ze zijn beslist niet klein.'
'Geef ze dan maar. Mooi ingepakt.'
Toen we eindelijk - ze was niet snel tevreden over de inpakkunsten van de sigarenman - weer buiten stonden, vroeg ze: 'Hoe heet jij?'
'Rits. Maurits eigenlijk. Maar iedereen zegt Rits.'
'Alles kits, Rits?' Ze lachte. (Alsof ik die al niet vaker heb gehoord!) 'Ik heet Rietje.' Ze trok me weer mee over het trottoir. 'Daar woon ik,' zei ze, en ze wees naar een huis dat er net zo uitzag als dat van oom Corry en alle andere huizen in de straat. 'Met m'n vader.'
Ik durfde niet te vragen waar haar moeder dan was. 'O,' zei ik.
'Kom vanavond langs. Dan kun je m'n vader ook zien.'
'Eh… ik kan niet.'
'Waarom niet?'
Ik kon niet zo snel iets goeds verzinnen. 'Ik moet naar de bibliotheek,' zei ik.
'Die is dicht vanavond, dumbo,' zei ze. 'Kom maar om acht uur.'
Het is nu twaalf minuten voor acht.

Ik hoop niet dat ze gaat doorzeuren over mijn ouders. Ik wil dat NIEMAND het weet (behalve oom Corry, maar daar was niets aan te doen, dat moest wel) (En Steven en zijn ouders, maar dat kon niet anders) (O ja, Bolle Buuf natuurlijk ook) (Nou ja, dat zijn er dus al heel veel. Eigenlijk veel te veel).

22.02 uur:
Rietjes vader is heel aardig. Ik wou dat ik dáár kon blijven in plaats van bij oom Corry. Nu ga ik slapen. Ben doodop. Morgenochtend naar de bieb.

dinsdag 5 juli
Ik heb informatie gevonden. De vrouw van de bibliotheek was heel aardig. Ze bracht me naar de afdeling geneeskunde (rubriek 601 tot 613) en de afdeling huishoudkunde (rubriek 628). Misschien dat oom Corry ook eens op die huishoudkundeafdeling kan kijken. Ze hebben er een heleboel interessante boeken, bijvoorbeeld over het verwijderen van vlekken, over decoratieve keukens en sfeervol wonen. Hij kan best wat tips gebruiken. En ze hadden dus ook een hele stapel boeken over vitamines en waar die voor nodig zijn. Mijn hoofd duizelde. Er zijn veel meer vitamines dan ik dacht.
Wat ik las klonk niet te best. Bijvoorbeeld (dit heb ik overgeschreven): 'Vitamine C is nodig voor weerstand tegen infecties en spanningen, voor de groei en de ademhaling.' En even verderop: 'In het ergste geval kan gebrek aan vitamine C leiden tot scheurbuik.'
Scheurbuik! Ik schrok me een ongeluk. Hoe ziet dat eruit? Scheurt je buik dan open? Wie weet gaat alles zweren en etteren en stinken. Misschien dat oom Corry al scheurbuik heeft, want hij ruikt heel vreemd. Alsof er iets aan het rotten is.
Dus ik ging weer naar de bibliotheekvrouw en vroeg of ze ook een boek over scheurbuik had, het liefst met plaatjes. Ze nam me mee naar de afdeling met de medische boeken en vroeg waarvoor ik dat nodig had. 'Een spreekbeurt?' Hallo! In de vakantie zeker. Ik ga een beetje voor de lol spreekbeurten over scheurbuik houden. 'Nee, voor mijn oom,' zei ik. 'Waarschijnlijk heeft hij scheurbuik. En ik misschien ook.'
'Scheurbuik? O ja? Hoe komt dat dan?' wilde ze weten.
Niet zo slim, deze vrouw. Wel aardig, maar niet slim. 'Omdat we geen vitamines eten,' legde ik geduldig uit. 'We hebben vooral een vitamine C-gebrek. Oom Corry lust geen vitamines. Alleen voer uit blik en cola en zo.'
De bibliotheekvrouw ging weg. Ik sloeg het boek open, maar voor ik een woord had kunnen lezen stond er een oude mevrouw naast me. 'Ik heb jou eerder gezien,' zei ze.
Ik had geen zin om te praten, dus ik zei: 'O, kan wel.'
'Woon jij niet tegenover mij? Bij Cor Dirkzwager?'
'Eh, nou, ja maar...'
'Ik dacht al dat ik je daar had gezien. Gisteren. En eergisteren. Je liep zeker even naar het plantsoen, is het niet? Voor een wandelingetje? Je was heel snel weer terug. Het is een mooi plantsoen, hè? Ik woon op nummer 295, tegenover jou.'
Niet te geloven! Ik word in de gaten gehouden door de bejaardenpolitie, die patrouilleert vanachter de geraniums!
'Hoe heet je?'
'Maurits.' Ik wilde dat ze wegging, zodat ik in het boek kon lezen, maar ze wist niet van ophouden. Ze zat natuurlijk om een praatje verlegen. Oude mensen zijn vaak eenzaam.
'Die Cor lijkt me helemaal geen type om voor een kind te zorgen,' zei ze. 'Gaat dat wel goed?'
'Ja hoor,' zei ik. 'Prima.'
'Ik hoorde net wat je zei over die scheurbuik. Dat klinkt niet echt goed.'
'O, maar verder gaat het prima.' Ik boog me zo diep over het boek dat mijn neus de bladzijde raakte.
De geraniumpolitie bleef nog een poosje staan, ik voelde dat ze naar me keek, maar gelukkig hield ze nu wel haar mond.

Ik heb een stukje over scheurbuik overgeschreven en voorgelezen aan oom Corry:
'Veroorzaakt door een tekort aan vitamine C. De eerste tekenen zijn prikkelbaarheid (oom Corry is zéér prikkelbaar!), pijn bij het bewegen (dáárom ligt hij natuurlijk altijd op de bank!), bloedingen - onder andere van het tandvlees - en roodblauwe puntjes in de huid. Later gaan de tanden los zitten, krijgt de patiënt last van hartkloppingen en ontstaan er wonden aan de ledematen.'
Oom Corry leek niet erg onder de indruk, maar OVERWINNING: hij gaf me wel een briefje van twintig. Dus ik ga zo boodschappen doen.
Maar eerst ga ik even goed in de spiegel kijken. Het zou me niks verbazen als ik roodblauwe puntjes heb. Ik heb aan mijn tanden gevoeld. Ze zitten nog niet zo los.

O ja, ik heb in de bieb ook in de atlas gekeken. In de binnenlanden van Afrika ligt de Democratische Republiek Kongo. Dat is een heel groot land.

kwart over zeven:
Boodschappen gedaan. Ik wist niet zo goed wat ik moest kopen. Was vergeten te kijken in de boeken wat je precies moet eten, tegen scheurbuik. Ik vroeg het aan een vrouw die prei stond te wegen. Ze zei dat ze het niet wist. Wat zijn de mensen toch dom. Het lijkt wel alsof niemand zich voor zijn gezondheid interesseert! Gelukkig was er een andere vrouw die het wel wist. 'Dan moet je fruit eten,' zei ze. 'Vooral citrusvruchten en kiwi's.'
Ik heb een grote zak kiwi's gekocht.
Toen moest ik nog iets voor het avondeten kopen. Ik heb geen flauw idee hoe je boontjes klaarmaakt, of aardappels, of hoe je een saus maakt voor de spaghetti. Ik heb dus vijf diepvriesmaaltijden gekocht, zodat ik een tijdje vooruit zou kunnen. Jammer genoeg wilde oom Corry óók opeens normaal eten, dus nu heb ik er nog maar drie. (Ik bood hem een kiwi aan, maar die wilde hij niet.)

Weet je wat zo leuk was aan Rietjes vader? Hij deed helemaal niet moeilijk of zo, hij deed heel gewoon tegen mij. Niet alsof ik een of ander lastig kind was. En hij maakte steeds grapjes. Ik ga er zo weer heen, want hij is jarig en hij zei dat ik ook mocht komen. Ik heb alleen geen cadeautje.

woensdag 6 juli
Het was heel leuk bij Rietjes vader. Er waren drie vrienden, twee mannen en een vrouw. Geen familie.
'Heb je geen familie, behalve je vader?' vroeg ik aan Rietje.
Ik hoopte dat ze iets zou vertellen over haar moeder, maar ze zei alleen maar: 'Jawel.'
Mijn kleren stinken een uur in de wind. Rietjes vader heeft de hele avond sigaren gerookt en die anderen rookten ook allemaal (sigaretten). Hij vertelde verhalen over vroeger. Hij heeft van alles gedaan: gevaren op zee, in de metaalindustrie gewerkt, op de schroothoop, in een café en nog meer dingen die ik vergeten ben. Vooral de schroothoop trekt mij wel. Je krijgt een brander en je moet een bril op en dan mag je grote stukken metaal kapotbranden. En je moet ook de verschillende soorten metaal uit elkaar kunnen houden (lijkt me wel moeilijk).
'Wat wil jij worden later?' vroeg Rietjes vader aan mij. (Waarom wil iedereen dat toch altijd weten???)
'Ik ga denk ik op de schroothoop,' zei ik. 'Of anders word ik misschien filmmaker of schrijver.'
Iedereen moest lachen. Ik weet niet waarom. Maar ze lachten niet op een vervelende manier, zoals oom Corry altijd doet, dus ik lachte maar wat mee. Gelukkig stelde verder de hele avond niemand vervelende vragen. Misschien ga ik wel een film maken over Jaap (Rietjes vader). Die heeft tenminste interessante dingen gedaan. Dan moet hij alleen niet zoveel sigaren roken, want dan wordt het hele beeld grijs en zie je zijn gezicht niet.

Langzamerhand wordt de relatie tussen Rits en oom Corry wat beter, vooral wanneer Rits gaat koken ze samen gaan eten. Rits maakt zich zelfs zorgen: hoe moet het straks met oom Corry, als hij weer weg is? Hieronder een paar fragmenten over het plannetje dat Rits bedenkt.

Ik word trouwens steeds slimmer, valt me op. Misschien komt dat omdat ik veel worteltjes eet de laatste tijd. Ik houd niet van gekookte wortels, dus ik koop af en toe zo'n pak met wortels die al schoongemaakt zijn en daar eet ik elke dag een stuk of wat van op. Niet-gekookt zijn ze nog wel naar binnen te krijgen. Ik had in een bibliotheekboek gelezen dat in worteltjes vitamines zitten die goed zijn voor je ogen (ik had laatst behalve die hersenverzakking ook last van mijn ogen). En toen kwam ik zélf op het idee dat ze waarschijnlijk ook goed zijn voor je hersens, want die zitten vlak bij je ogen.
En vanmiddag had ik dus iets SUPERSLIMS bedacht om geld van Corry te krijgen voor het cadeau. Hier komt het:
Ik plofte naast hem op de bank. 'Ik denk niet dat ik vanavond ga koken,' zei ik. 'Waarschijnlijk ga ik helemaal niet meer koken.'
'O?' zei Corry. 'Waarom niet?'
'Ik heb nagedacht over wat je laatst zei.'
'Wat zei ik dan?'
'Dat koken meer iets voor vrouwen is. Je hebt gelijk, denk ik. Het lijkt me dus beter om het niet meer te doen.' Ik stond op en liep langzaam naar de deur. 'Als het werk zou zijn, zou ik het wél kunnen doen, natuurlijk. Als het werk is, is het wél iets voor mannen, vind je ook niet?' Bij de deur draaide ik me even naar hem om. 'Maar ja, iets is natuurlijk alleen maar werk als je ervoor betaald krijgt.' Ik liep de kamer uit naar mijn slaaphok. Tien minuten later stond hij al voor mijn deur. 'Je krijgt 10 euro in de week,' zei hij. 'Hier.' Hij gaf me een tientje. OVERWINNING!!! Mijn eerste kookloon!

Ik weet ook al wat ik in het vervolg ga zeggen tegen die mensen die altijd vragen wat je later wilt worden: 'Niets. Ik hoef later niets te worden, want ik bén alles al wat ik wil worden. Ik ben cameraman en kok en verdien bakken met geld.' Daar zullen ze mooi van opkijken, die mensen die altijd vragen wat je later wilt worden.

vrijdag 29 juli
Ik vind het wel rot voor oom Corry. Als ik straks weg ben, is er niemand meer om voor hem te koken. Dan krijgt hij weer helemaal geen vitamines. Ik lag er vanochtend in bed over na te denken en ik kreeg (alweer!) een goed idee. Ik weet alleen nog niet hoe en wat, maar dat komt nog wel.

(...)

Mijn plan lukt! Rietje (ze belde net) zei dat het een heel gedoe was geweest, maar het is gelukt. Nu moet ik het alleen nog heel voorzichtig aan oom Corry vertellen. Ik weet niet, misschien vindt hij het helemaal niet leuk, misschien wordt hij wel boos. Maar misschien vindt hij het ook wél leuk en is hij juist blij. Ik moet een manier vinden om het zó te vertellen dat hij het leuk vindt en niet boos wordt.

later:
Misschien kan ik het beter niet vertellen. Nog niet, tenminste. Anders gaat hij misschien zeggen dat hij niet wil. Ik vertel het gewoon vrijdagavond, vlak voordat hij naar het café gaat. Dan heeft hij geen tijd meer om boos te worden of te zeggen dat hij niet wil.

's avonds:
Ik vind het moeilijk om normaal tegen hem te doen. Het begint op te vallen. Hij vroeg: 'Waarom zit je zo te grijnzen? Is er iets?' Ik had niet eens door dat ik zat te grijnzen!
Ik ga zo naar Rietje toe, ik wil weten wat ze precies hebben gezegd (dat konden we niet uitgebreid door de telefoon bespreken, want Corry was erbij. Ik zei: ik kom vanavond wel langs).

woensdag 3 augustus
Ik moet het toch wel eerder vertellen. Vandaag eigenlijk al. Hij moet nieuwe kleren kopen en naar de kapper en zo. Rietje zei dat het niks wordt als hij dat niet doet. Die Petra ziet er best goed uit. Als iemand er best goed uitziet, wil diegene meestal het liefst verkering met iemand die er ook best goed uitziet.
In elk geval hebben ze een afspraakje. Oom Corry weet dat dus nog niet, maar Petra wel. (Petra is een vriendin van Eva's moeder, ze was mee naar de dierentuin) (O, dat had ik al geschreven, nou ja, maakt niet uit). De voordelen van Petra:
- Ze is niet getrouwd (wel geweest, maar nu niet meer).
- Ze heeft geen vriend (wel gehad, maar nu niet meer).
- Ze wil graag weer een vriend of een man.
- Ze kan koken.
(Dit wist Eva allemaal, ik had haar uitgehoord tijdens het zwemmen, zondag.)
Het komt dus mooi uit. Als het goed gaat tussen haar en oom Corry, dan hoef ik me geen zorgen meer te maken dat er straks niemand meer is die voor hem kookt. Dat kan zij dan mooi doen.
Het moest allemaal via via. Rietje belde Eva en Eva belde Petra. Eerst wilde Petra niet. Ze zei dat ze niet van 'blind dates' hield. ('Blind dates' heeft niets met blind zijn te maken, het betekent dat je een afspraakje hebt met iemand die je nog nooit hebt gezien. Je houdt dus wel gewoon je ogen open tijdens het afspraakje en je doet ook geen jas over je hoofd.)

Het was trouwens al lastig genoeg, het kostte me eerst heel veel moeite voordat ik Rietje had overgehaald om Eva over te halen om Petra over te halen. Rietje vindt oom Corry een rare vent. Ze zei: 'Dat kunnen we die vrouw niet aandoen. Dat kunnen we níemand aandoen.' Ik vertelde dat oom Corry best aardig was en helemaal niet zo raar, maar toen moest ik van Rietje alle goede eigenschappen van Corry opnoemen, zodat ze een lijstje kon maken.
'Hij houdt van vissen,' zei ik.
Dat vond ze geen goede eigenschap. Ze schreef het niet op.
'Hij houdt van lekker eten,' zei ik.
Dat vond ze ook geen goede eigenschap. Ik zei dat dat wél een goede eigenschap was, want stel je voor dat de een wél van lekker eten houdt en de ander niet, dan heeft het ook geen zin om goed te koken. Eten is heel belangrijk.
'Nou, vooruit dan maar,' zei Rietje. Ze schreef het op.
'Hij houdt van televisie kijken,' zei ik.
Dat vond ze óók alweer geen goede eigenschap. Ik zei dat dat wel een goede eigenschap was, want samen televisie kijken is leuk. Stel je voor dat de één er wel van houdt en de ander niet, hoe moet dat dan? Maar ze wilde het niet op het lijstje zetten.
'Hij houdt van bier drinken,' zei ik. 'Hij gaat elke vrijdagavond naar het café. En soms ook op andere avonden.'
'Nu moet je ophouden,' zei Rietje. 'Je noemt alleen maar stomme of saaie eigenschappen. Noem iets goeds, anders kap ik ermee.'
'Hij is best aardig,' zei ik. 'Hij zorgt voor zijn familie als zijn familie problemen heeft.'
'Zorgt hij voor jou dan?' vroeg Rietje. 'Volgens mij zorg jij eerder voor hem. Jij kookt, hij doet niets.'
'Hij is rustig. Dat is ook een goede eigenschap.'
Gelukkig schreef ze dit op.
'Hij kan goed verhalen vertellen.' Ik dacht aan het bruine-bonenverhaal. 'Hij vertelt van alles.'
Dit schreef ze ook op. Nu kwam ik op dreef. Ik vertelde een heleboel goede eigenschappen:
- hij leest veel (alleen in 'Hengelen en hengelaars', maar dat zei ik er niet bij);
- hij kan goed luisteren en praten (de laatste tijd praat en luistert hij in elk geval niet meer de hele tijd níet);
- hij doet veel aan sport (hengelsport is ook sport);
- hij is gul (trommelgeld);
- hij heeft gevoel voor humor (wel een niet-leuke humor, maar hij lacht in elk geval af en toe);
- hij is heel populair en heeft veel vrienden (in het café, ik heb er nog nooit een gezien, maar dat zei ik er dus maar niet bij);
- hij houdt van gezelligheid (anders zou hij niet naar het café gaan).
Nu hadden we een hele lijst.
'Goed,' zei Rietje. 'Maar dan moet je wel zorgen dat hij wat aan zijn uiterlijk doet. Hij ziet er echt niet uit. Ze rent gillend weg als ze hem zo ziet.'

Rietje heeft het lijstje aan Eva doorgebeld en Eva heeft toen Petra gebeld. Petra wilde eerst dus niet, maar later wilde ze het toch wel even proberen. 'Vooruit dan maar,' zei Rietje dat Eva had gezegd dat Petra had gezegd, 'maar als het niks is, ben ik na vijf minuten weer weg.' Nu komt ze vrijdagavond naar de WunderBar, het café waar oom Corry altijd zit.
Ik zit te broeden op een plan om hem naar de kapper te krijgen en hem wat nieuwe kleren te laten kopen. Het zou een stuk gemakkelijker zijn als 'blind dates' wél betekende dat je je ogen dichthoudt tijdens het afspraakje, of een jas over je gezicht doet.

's avonds:
Schroefmacaroni gegeten (of hoe dat ook heet, van die gedraaide dingen).
Ik zei: 'Zou je niet eens naar de kapper?'
'Waarom?' vroeg hij.
'En wat nieuwe kleren kopen?'
'Waarom?'
'Gewoon, zomaar. Dat is leuk.'
'Hoezo? Is er soms iets mis met hoe ik eruitzie?'
Nu werd het gevaarlijk. Ik kon natuurlijk geen 'ja' zeggen, want dan werd hij misschien boos en dan zou het hele plan mislukken. Voor het plan was een goed humeur nodig. Maar ik kon ook geen 'nee' zeggen, want dan zou hij denken dat hij er goed uitziet en dus niets veranderen. Ik moest iets verzinnen tussen ja en nee in. Maar ik kon geen woord tussen ja en nee bedenken. 'Eh... ja en nee,' zei ik dus. 'Iets daartussen.'
'Hoe bedoel je, ja en nee, iets daartussen?'
'Het kan beter,' zei ik. 'Het is niet niks, maar ook niet alles. Het is... een soort zes.'
'Een zes?'
'Een zes min. Dat krijg je op school als je iets niet helemaal slecht hebt gedaan, maar ook niet heel goed. Wil je niet liever een tien zijn?'
Oom Corry had net zijn mond volgestopt met schroefmacaroni. Er hing een beetje saus op zijn kin. Hij hield op met kauwen en keek me aan.
'Wah? Uwwien?'
'Ja, een tien,' zei ik (ik ben inmiddels behoorlijk bedreven in het verstaan van oom Corry met zijn mond vol).
'Wawom?' Hij begon weer te kauwen. Ik wachtte tot hij had doorgeslikt.
'Meisjes houden meer van een tien. Tienen vinden ze leuker dan zes-minnen.'
'Meisjes? Hoezo, meisjes? Waar heb je het over?'
'Nou ja, vrouwen, je weet wel. Een zes-min is best oké, maar van een tien worden ze pas écht blij. Dan gaan ze juichen en springen, zo blij zijn ze dan.'
Hij legde zijn lepel neer. (Oom Corry eet alles met een lepel, niet met een vork. Hij vindt vorken onhandig.) 'Wat bedoel je precies?' vroeg hij. Zijn ogen knepen samen.
Ik begon me steeds ongemakkelijker te voelen. Was ik er maar nooit over begonnen. Het was een rotplan. Het zou nooit lukken. Waar bemoeide ik me mee? Wat kon het mij nou schelen of hij wel of niet een vrouw had, of hij wel of niet goed at? Wat had ik daarmee te maken? Het was mijn zaak niet. Maar ik kon nu niet meer terug.
'Eh, het zit zo... Ik dacht: misschien wil je wel een vrouw. Of een vriendin. Iemand die voor je kookt en zo. Dat is gezellig. Toch?'
'En?' Zijn ogen waren nog steeds samengeknepen, hij hield ze strak op mij gericht. Ik moest met een steengoed verhaal komen, dat was wel duidelijk.
'Nou, je bent altijd alleen,' zei ik. 'Nu niet, want ik ben er. Maar anders wel. Zou je het niet leuk vinden, een vrouw? Of een vriendin?'
Het was even stil. Zijn ogen werden langzaam weer normaal. Hij keek naar zijn bord. 'Eh... nou, ik weet niet. Het is wel lekker rustig zo. Vrouwen zeuren je de oren van de kop.'
'Niet allemaal,' zei ik. 'Er zijn ook vrouwen die je niet de oren van de kop zeuren. Ik ken er een heleboel.'
'Wie dan?'
'Petra, bijvoorbeeld. Die zeurt nooit en ze is heel aardig.'
'Petra? Wie is Petra?'
'Petra is een vrouw.'
'Dat snap ik ook wel. Hoezo, Petra? Hoe kom je daarbij?'
'Ze wil je graag ontmoeten'
Oom Corry greep zich aan de tafel vast. Dat was verstandig denk ik, want aan zijn gezicht te zien was hij anders vast en zeker met stoel en al omgekukeld. 'Hè? Wat? Maar wie is dat dan? En hoe... wat?'
'Ze ziet er best leuk uit. Leuk haar, leuke kleren. En toen dacht ik: misschien dat jij ook wat leuker haar en leukere kleren kon hebben. Dat vindt ze vast leuk.'
'Maar hoe...? Hè? En wat...'
Ze komt vrijdagavond in het café. Je hebt dus nog genoeg tijd voor de kapper en zo.'
'Vrijdag? Hè?'
Mijn bord was leeg. Het leek me verstandig om een tijdje weg te zijn. 'Ik ga naar Rietje,' zei ik en stond op.
'Kom terug,' hoorde ik hem roepen. 'Hoe zit dat met -' Ik gooide de voordeur achter me dicht.

Toen ik net thuiskwam probeerde ik heel stil door de gang naar mijn kamer te sluipen. Maar de huiskamerdeur vloog open en hij greep me bij mijn kraag. 'Er komt niks van in,' zei hij. 'Ik weet niet wat je allemaal bekonkeld hebt, maar d'r komt niks van in. Je zorgt maar mooi dat ze wegblijft. Ben je helemaal van de pot gerukt?!'
Bah. Nu moet ik morgen Rietje bellen dat ze Eva moet bellen dat ze Petra moet bellen om te zeggen dat het niet doorgaat. Ik snap niet waarom Corry zo moeilijk doet. In plaats dat-ie blij is dat ik iets voor hem regel! Zelf doet hij niets. Ik heb er genoeg van. Ik ga nooit meer iets doen. Iedereen zoekt het maar uit.

donderdag 4 augustus (half elf 's ochtends)
Het gaat door! Het is gelukt!
We gaan zo de stad in (kapper, kleren!). Hij wil niet alleen, ik moet met hem mee.
Net nog even Rietje gebeld dat ze Eva belt dat ze Petra belt om te zeggen dat het in een ander café is, morgen.

's avonds:
Wonderen gebeuren dus toch. Van die dingen waarvan je zeker weet dat ze niet kunnen en dan blijken ze tóch te kunnen. En nu heb ik er eindelijk ook een paar gezien, met eigen ogen nog wel.
Oom Corry Ziet Er Goed Uit! Nou ja, beter in elk geval. Ik denk niet dat Petra gillend wegrent, als ze hem zo ziet.
We zijn eerst naar de kapper gegaan. Oom Corry zeurde aan één stuk door en waarschuwde de kapper om de twee minuten dat het niet te best was als hij er straks belachelijk uit zou zien. Op het laatst was de kapper het zo zat dat hij zei: 'Nu moet je eens even horen: belachelijker dan je hier binnenkwam is onmogelijk, dus hou nu alsjeblieft je waffel even dicht. Ik word er gek van, zo kan ik niet werken!' Hij hield de schaar dreigend bij Corry's gezicht.
Ik kromp ineen. Ik wist zeker dat oom Corry woedend zou worden en met halfgeknipt haar de zaak uit zou stormen (en mij zonder geld achter zou laten met de rekening), maar dat gebeurde niet. Hij bleef zitten en hield zelfs op met zeuren. 'Goed dan,' zei hij. 'Doe het dan maar zoals je denkt dat het moet.' (eerste wonder)
Ik moest wel even wennen toen het klaar was. Zijn haar is heel anders, nu. Mooier, maar wel héél anders. Maar oom Corry zelf was tevreden (tweede wonder). De kapper keek opgelucht.
Het lijkt me best moeilijk, kapper zijn. Je moet iedereen tevreden houden en je krijgt allerlei verschillende soorten mensen onder je schaar. Ik denk niet dat ik het zou durven. Als je per ongeluk fout knipt, is het niet best. Dan ben je goed de klos.

We liepen door de stad en gingen een herenklerenwinkel binnen.
'Kan ik u helpen?' vroeg een man.
Oom Corry keek wantrouwig de winkel rond.
'Waar bent u naar op zoek?' vroeg de herenklerenman.
'Naar kleren,' antwoordde ik.
'O ja?' De herenklerenman keek heel verbaasd. 'Ik dacht dat jullie hier misschien waren voor bloemen of sigaretten.'
'Natuurlijk niet!' zei ik. 'We roken niet. Daar gaan je kleren van stinken.' Ik wees naar oom Corry, die verderop al broeken uit een kast stond te trekken. 'Hij heeft kleren nodig, voor een afspraakje. Blind date.'
'Aha!' zei de man. 'Een blind date. Késjoeul of formeel?' (Ik weet niet precies hoe je 'kesjoeul' schrijft, vast niet zó, maar zo spreek je het uit, dus schrijf ik het maar even zo op.)
'Oom Corry,' riep ik. Hij stond nu nog verder weg, een overhemdprijskaartje te bekijken. 'Kesjoeul of formeel?'
'Wat?' riep hij terug.
'De blind date! Is dat kesjoeul of formeel? Ik weet niet wat dat is, kesjoeul.'
Binnen twee tellen stond Corry bij ons. 'Hou je klep,' fluisterde hij keihard. 'Niet iedereen hoeft het te weten!'
'Kesjoeul is zeg maar vrijetijdskleding,' zei de man. 'Ontspannen kleding. Maar wel verzorgd en stijlvol. Geen joggingpak natuurlijk.' Hij lachte.
'Doe maar kesjoeul dan,' zei ik. Ontspannen kleding leek me wel geschikt voor oom Corry. Hij deed nogal gestrest.

Om een lang verhaal kort te maken (ik heb nog geen nieuw schrift): in deze winkel gebeurde het derde wonder. We zijn er wel twee uur geweest en de klerenman begon er tamelijk wanhopig uit te zien na het eerste uur (oom Corry heeft op veel kleren wat aan te merken), maar het lukte. Oom Corry was in het nieuw. Hij had:
- een nieuwe broek (een lichte kleur, zeer geschikt voor de zomer, zei de man.) (Maar ook in het najaar zeker nog te dragen);
- een nieuw overhemd (wit) (Dit stond hem echt heel goed!);
- een nieuw jasje (blauw; het was op het randje van kesjoeal, zei de man, het jasje droeg een vleugje formeel in zich, en dit gaf een subtiel en stijlvol tintje aan de gehele look);
- nieuwe sokken (blauw met een streepje).
Die sokken zorgden nog voor problemen. Corry wilde ze niet kopen, hij vond het misdadig om mensen zoveel geld af te troggelen voor zoiets onbenulligs als sokken. Hij kon ze ook voor 1,29 per paar krijgen in de winkel verderop, waar hij altijd zijn sokken en onderbroeken koopt. Maar de klerenman zei dat sokken juist heel belangrijk zijn voor de totale look en dat daarin het subtiele verschil zit tussen smaakvol en niet smaakvol.
'Niemand ziet ze,' zei oom Corry. 'Ze zitten in mijn schoenen en onder mijn broek.'
'Dat denkt u maar,' zei de man. 'Als u zit, trekt uw broek omhoog en dan zijn ze te zien. In dit soort details toont zich de ware smaak. Er zijn massa's vrouwen die op een man afknappen vanwege verkeerde sokken. Of bent u wellicht van plan om uw vriendin de hele avond te laten staan?'
Daar wist oom Corry niets op te antwoorden. Ik wel. Ik zou gezegd hebben: maar ze kijkt toch niet onder de tafel? Maar ik zei het niet. Dat leek me verstandiger. En die man had verder wel veel verstand van kleren.
Het was een smaakvol geheel, zei de klerenman, toen oom Corry alles tegelijk aanhad. Ik kon mijn ogen bijna niet geloven toen hij uit het pashokje kwam met alles tegelijk aan. Hij was haast onherkenbaar nu, met zijn nieuwe haar én nieuwe kleren.
Oom Corry kon zijn ogen bijna niet geloven toen hij de rekening zag. Maar hij mopperde maar heel even. (Wel te lang volgens de man, geloof ik. Die trok een raar gezicht, toen oom Corry zei dat hij zoiets nog nooit had beleefd. 'Ik ook niet,' antwoordde hij, terwijl hij naar boven keek, alsof hij alsnog op hulp van God hoopte.)
'Er moeten nieuwe schoenen bij,' zei ik, terwijl we de winkel uitliepen. Ik keek naar zijn voeten. 'Die ouwe gympen passen niet zo bij de rest. Dan is het niet meer een smaakvol geheel.'
'Sjeesus! Ik heb nog niet eens één afspraakje gehad of m'n poten worden d'r alweer tot op het bot uitgedraaid. Ik breng een jaarinkomen naar die klotewinkels!'
'Maar dan heb je wel een look,' zei ik.
Oom Corry ging in de allergoedkoopste schoenwinkel die hij kon vinden op zoek naar de allergoedkoopste schoenen die bij de look pasten. Hij vond ze (met mijn advies). Ze waren hem nog te duur, maar hij kocht ze wel. Mopperend. 'Vrouwen. Altijd hetzelfde gezeik. Je moet altijd anders wezen dan je bent. Ze willen je altijd veranderen. Zie maar: ik heb nog niet één afspraakje gehad of ik moet alweer totaal veranderen.'
Opeens kon ik er niet meer tegen. 'Hou toch eens op met zeuren,' zei ik. 'Je zegt dat vrouwen zeuren, maar als er iemand zeurt, dan ben jij dat.' Ik schrok van mezelf, dat ik dat zo tegen hem zei, maar ik meende het wel. En blijkbaar is dit de goede manier om oom Corry aan te pakken: de kapper deed het, ik deed het, en het werkte. Hij hield op met zeuren.

(terug)